Autosport

MotoGP overweegt één motor per coureur vanaf 2027 om kosten te drukken

Eén motor per coureur: de nieuwe realiteit in de MotoGP vanaf 2027?

De MotoGP staat mogelijk voor een ingrijpende verandering. Vanaf 2027, met de start van een nieuw contractueel tijdperk (2027-2031), wordt er serieus overwogen om coureurs nog maar één motor toe te kennen tijdens de races. Dit zou een flinke impact hebben op zowel de strategieën als de financiën van de teams, met als hoofddoel de kosten te beheersen.

Fabrikanten willen de portemonnee ontzien

Achter de schermen van de MotoGP wordt druk gesproken over de toekomst van de sport. Een van de meest besproken voorstellen is om het aantal motoren per coureur in de koningsklasse terug te brengen van twee naar één. Dit idee komt rechtstreeks van de fabrikanten, die hiermee de operationele kosten voor de teams willen verlagen. Het idee is simpel: minder motoren betekent minder personeel nodig voor onderhoud en transport, wat flink in de papieren kan lopen. Hoeveel deze besparing precies zal zijn, is echter nog onderwerp van discussie.

Inspiratie uit het World Superbike?

Als dit voorstel wordt goedgekeurd door de Grand Prix Commissie, zou de MotoGP een vergelijkbaar systeem hanteren als dat nu al geldt in het World Superbike (WorldSBK). Daar heeft elke coureur weliswaar een hoofd-motor, maar staat er ook een tweede machine klaar als reserve. Alleen bij ernstige schade aan de eerste motor, bijvoorbeeld aan het frame, kan na goedkeuring van de wedstrijdleiding de reserve-motor worden ingezet. Een soortgelijk principe zou in de MotoGP toegepast kunnen worden, met strikte voorwaarden voor het gebruik van een eventuele reservemotor.

MotoGP overweegt één motor per coureur vanaf 2027 om kosten te drukken

Geen parallelle instellingen meer voor regen en droog.

Racestrategieën op de schop

De meest directe consequentie van deze mogelijke regelwijziging zou liggen op het gebied van racestrategie. Nu teams twee motoren tot hun beschikking hebben, kunnen ze verschillende afstellingen testen en vergelijken, of zelfs één motor voor droge omstandigheden en een andere voor regen voorbereiden. Deze flexibiliteit om twee motoren met distincte instellingen klaar te hebben staan, is cruciaal, zeker tijdens raceweekenden met wisselvallig weer. Met slechts één motor zullen teams vooraf scherpere keuzes moeten maken.

Het einde van de spectaculaire ‘flag-to-flag’?

Een andere grote impact zou de spectaculaire ‘flag-to-flag’ procedure kunnen hebben. Dit dynamische moment, waarbij coureurs van motor wisselen als het weer omslaat, zou in zijn huidige vorm kunnen verdwijnen. Al zo’n twintig jaar gebruiken coureurs deze wissels om snel op hun tweede machine te springen, die al is aangepast aan de veranderde omstandigheden. Als de MotoGP het WorldSBK-model volgt, zullen pitstops voor motorwissels langer en meer gereguleerd zijn. Monteurs moeten dan de aanpassingen, zoals het wisselen van regen- naar slicks, binnen een bepaalde tijd uitvoeren om de veiligheid te garanderen. Dit maakt snelle, last-minute aanpassingen minder waarschijnlijk.

Een duidelijke koerswijziging voor de topklasse

Kortom, de overstap naar één motor per coureur in de MotoGP, mocht het doorgaan, is meer dan een technische aanpassing. Het is een herziening van strategieën, een optimalisatie van middelen en mogelijk een verandering van het spektakel voor de fans. Fabrikanten dringen aan op kostenbeheersing, teams moeten zich aanpassen aan nieuwe operationele beperkingen, en coureurs kunnen minder flexibel reageren op onverwachte gebeurtenissen tijdens de race. De toekomst van de MotoGP vanaf 2027 belooft in ieder geval veel discussie.

  • Doel: Operationele kosten van teams verlagen.
  • Inspiratie: Huidige model van het World Superbike (WorldSBK).
  • Strategische gevolgen: Minder flexibiliteit voor het testen van verschillende afstellingen.
  • Impact op spektakel: Mogelijk verdwijnen van de dynamische ‘flag-to-flag’ wissels.
  • Procedure: Vereist een stemming en goedkeuring van de Grand Prix Commissie.
  • Tijdlijn: Beslissing wordt verwacht voor het contractuele seizoen 2027-2031.